Wie ben ik?

Veertien jaar heeft het geduurd, mijn huwelijk met een pathologisch leugenaar. Zestien jaar totaal was ik met  hem samengeweest. Deze man loog en bedroog naar hartelust, zijn leven hing van leugens aan elkaar.
Niets bleek te kloppen, helemaal niets, ontdekte ik na 16 jaar met hem samen: studie, banen: allemaal gelogen. Hij was regelmatig zijn baan kwijtgeraakt door fraude en/of diefstal, bleek ook later. Hij onderhield contacten met meer vrouwen, ik heb een zeer sterk vermoeden dat er ook sprake is van in ieder geval één buitenechtelijk kind.

Hij stapelde schulden op schulden, terwijl ik van niets wist en hele andere verhalen voorgeschoteld kreeg.  Het  bleek dat hij grote kredieten had genomen, waarbij  hij mijn  handtekening vervalst had. Door de rechtbank ben ik veroordeeld om een deel hiervan af te betalen. Het voelt voor mij ontzettend onrechtvaardig: ik ben opgelicht door die man en ik moet nu een deel van zijn schulden, het geld dat hij gebruikt heeft om andere vrouwen te onderhouden, gewoon aflossen!

Heel ernstig heb ik aan mezelf getwijfeld, gedurende die laatste jaren van het  huwelijk dacht ik echt dat het de hele wereld, de maatschappij, tegen ons was. Nooit had ik ook maar even vermoed dat de oorzaak van alle ellende mijn eigen echtgenoot was! Mijn wereld stortte in op het moment dat ik bij toeval achter de waarheid kwam.

Naïef? In het begin , na de ontmaskering, voelde ik mijzelf zeker schuldig aan naïviteit. Maar nee. Eén van de  journalisten die mij heeft geinterviewd zei het heel treffend: het gaat niet om naïviteit, het gaat hier om de de ontstellende genialiteit van de dader. Mensen met pseudoligia fantastica zijn zo geniaal in het verzinnen van van verklaringen en smoezen, dat de hele wereld ze gelooft!

Het boek ‘De ON-echtgenoot, leven met een leugenaar’  is van mijn hand. Ik heb het onder pseudoniem geschreven om mijn twee kinderen tebeschermen.

Deze contactgroep heb ik opgericht:, omdat ik zelf merk hoe fijn het is om na al die jaren monddood te zijn geweest, eindelijk met anderen erover te kunnen en mogen praten.